Menu

Onderzoek EZ naar tariefstelsel warmtenetten

 

Minister Van der Hoeven heeft begin december bekendgemaakt hoe zij denkt de maximumtarieven voor warmtenetten te gaan berekenen. In een ontwerp Warmtebesluit en bijbehorende ontwerp Ministeriele Regeling (MR) geeft de Minister aan met een zogenoemde rendementsmethode te berekenen hoeveel gas er nodig zou zijn om een bepaalde warmte te leveren. Op basis van het 'niet meer dan anders'-principe uit de Warmtewet mag het tarief voor een gebonden warmteklant (aansluiting < 1000 kW) niet hoger uitvallen dan dat maximum.

 

Het onderzoek dat de Minister nu heeft aangekondigd richt zich op het effect van de maximumprijs en de redelijke prijs op de winstgevendheid van bestaande warmtenetten. De Tweede Kamer heeft op basis daarvan de voorhang van het Warmtebesluit gestuit in afwachting van meer informatie.

 

De Tweede Kamer had de Minister 8 december jl. gevraagd uiterlijk 1 februari 2010 de benodigde informatie te verstrekken. In haar brief geeft de Minister aan die datum niet te halen omdat een uitgebreid feitenonderzoek meer tijd vereist. De Minister geeft aan pas in maart 2010 op zijn vroegst resultaten van het onderzoek te verwachten. Zij is bereid de Kamer op 1 februari 2010 te informeren over de voortgang van het onderzoek.

 

Naast de maximumprijs die jaarlijks wordt vastgesteld door de NMa op basis van het Warmtebesluit en de Ministeriele Regeling stelt de NMa ook een redelijke prijs vast per warmtebedrijf op basis van een Beleidsregel. Die redelijke prijs kent als grondslag de onderliggende kosten vermeerderd met een redelijk rendement (costplus benadering). Indien die redelijke prijs uitkomt boven de maximumprijs, dan geldt de maximumprijs. Indien dat niet het geval is geldt de redelijke prijs.

Warmtebedrijven hebben bezwaren tegen de voorgestelde werkwijze omdat die nodeloos ingewikkeld zou zijn. Daarnaast kenmerkt stoken op gas (het alternatief voor de vaststelling van de maximumprijs) zich door lage vaste kosten, maar hogere verbruikskosten. Bij een warmtenet zijn de initiële vaste kosten relatief hoog, maar zijn de verbruikskosten daarna laag.

 

VEMW is steeds voorstander geweest van een goede regeling ter bescherming van zakelijke gebruikers van warmte. Waar elektriciteits- en gasgebruikers al een wettelijke bescherming kenden, onder meer via een gereguleerde toegang tot de infrastructuur, gold dat voor warmteconsumenten - aangesloten op stadsverwarmingsnetten - niet. Huishoudens, bedrijven en (zorg)instellingen die zijn aangesloten op een stadsverwarmingsnet ontberen nu nog elke wettelijke bescherming tegen misbruik van monopoliemacht door warmteleveranciers. Hierdoor zijn zij kwetsbaar voor onredelijk hoge tarieven en onvoldoende betrouwbare levering. Daar gaat nu dus verandering in komen door de invulling van de Warmtewet middels een Warmtebesluit, een Ministeriele Regeling en een Beleidsregel.

 

VEMW is overigens teleurgesteld dat de Warmtewet de zakelijke gebruikers met een aansluiting van meer dan 1.000 kW op een stadsverwarmingsnet, niet beschermt. Deze groep afnemers kan geen rechten ontlenen aan de Warmtewet, maar wordt geacht te gaan onderhandelen met het monopolistische warmtebedrijf.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn